Urineonderzoek

Redenen voor urineonderzoek

Problemen aan de urinewegen zijn misschien wel de meest voorkomende oorzaak van klachten waarmee dieren worden aangeboden bij de dierenarts. Een veel gehoorde klacht is dat het dier meer is gaan drinken en als gevolg hiervan ook meer plast, vaak in huis. 
Een andere klacht die veel gehoord wordt is dat het dier vaak uit wil/op de kattenbak gaat, dan langdurig perst en vaak maar kleine plasjes doet. Dit wijst meestal op een blaasprobleem, maar om te weten welk probleem er speelt is er urineonderzoek nodig. Niet elk probleem kan namelijk op dezelfde manier en met dezelfde medicijnen behandeld worden.
Een andere vaakgehoorde klacht is bloedverlies bij het urineren. Dit kan wijzen op een blaasprobleem, maar ook op problemen met de nieren of met de prostaat bij mannelijke dieren. Om deze reden wordt er aangeraden eerst een urine onderzoek uit te voeren alvorens een behandeling te starten. 

Het onderzoek 

Urine kan worden verzameld door speciale korrels in de kattenbak of door een potje onder de hond te houdens tijdens het plassen.

Zodra er urine verzameld is kan dit worden onderzocht. Door middel van een dipstick wordt er gekeken of er bloed, eiwitten, ketonen of suikers in de urine zitten, en er wordt gekeken wat de pH van de urine is. Vervolgens wordt er met een speciaal apparaatje bekeken hoe geconcentreerd de urine is. Tot slot wordt de urine gecentrifugeerd waarna het bezinksel onder de microscoop wordt beoordeeld: wordt er blaasgruis gevonden? En zo ja, welke soort? Indien nodig kan er ook nog urine op kweek worden gezet om na te gaan of er bacteriële infecties aanwezig zijn.

Beperkingen

In aantal gevallen is op basis van enkel urineonderzoek een diagnose te stellen. Maar met andere afwijkingen in de urine is er soms nog extra onderzoek nodig naar de oorzaak, zo kan er een bloedonderzoek nodig zijn.